Plaatsing en onderhoud

Plaatsing en preventief onderhoud

We kennen het allemaal wel. Even snel een gebruiker aansluiten of tijdelijk een aansluiting verhuizen. Even niet de juiste kabel bij de hand of geen tijd om de kabel netjes weg te werken. “Dat werk ik later nog wel even netjes af.”. “Het is toch maar tijdelijk”.  “Ik weet toch wel hoe het zit.” Maar de deur van de patchkast gaat weer dicht, de datacomruimte op slot en niemand meer die het ziet. Totdat er na enige tijd een probleem is en jij of een collega de weg niet meer kan vinden in de kast. Of nog erger: de snelle oplossing bleek toch niet zo optimaal en veroorzaakt elders problemen die zeer lastig te traceren zijn. Goede afspraken en preventief onderhoud zijn dus cruciaal om uw systemen en netwerken in topvorm te houden.

In de praktijk komen wij regelmatig ongewenste situaties tegen in datacom-ruimtes. Situaties die ons werk, dat van leveranciers en van lokale netwerkbeheerders bemoeilijken, en die de kwaliteit van het netwerk niet ten goede komt.

Met goede afspraken en wat (zelf)discipline kan dit volgens ons eenvoudig worden voorkomen. Zo blijft preventief onderhoud gewaarborgd. Om te komen tot een eenduidige werkwijze en een goede ‘patchhygiëne’,werken wij volgens strikte regels en normen voor een gezonde werksituatie in een datacomruimte of serverruimte.

Richtlijnen preventief onderhoud

Hieronder vindt u wat richtlijnen voor preventief onderhoud uit de praktijk waar volgens ons een gezonde patchkast aan moet voldoen.

  • Patchkabels
    Dienen te voldoen aan de Cat5 norm of (nog liever) Cat5e. We kennen kabels in de standaardlengtes: 1.5 m, 2 m, 2.5 m en 3 m. Gebruik bijvoorkeur patchsnoeren van 1.5 of 2 meter, langere kabels uitsluitend als het niet anders kan.
  • Gekleurde tules
    Tules zijn de kunststof afdekkapjes van de RJ45 connectoren. Aan de hand van de kleur wordt onderscheid gemaakt tussen data- (blauw) en telefoonkabels (geel).
  • Kruiskabels
    Deze worden niet gebruikt bij het patchen. Als er een ‘kruisverbinding’ nodig is, dan streven we ernaar om dit achter de wall-outlet te doen. Desondanks zul je ze wel eens tegenkomen in een patchkast. Kruiskabels en andere kabels met een afwijkende layout dienen een afwijkende kleur tule en/of snoer te hebben.
  • Rangeerogen
    Alle patchkasten zijn voorzien van rangeerogen. Gebruik deze om de kabels horizontaal af te voeren van hub/switch of patchpaneel.
  • Klittenband
    Kabels worden gebundeld met behulp van klittenbandstroken. Gebruik van zgn. tie-wraps is niet toegestaan!
  • Doorvoerstroken.
    Deze dienen om (bundels met) patchkabels van de ene zijde van de kast naar de andere te voeren.
  • Resopalstroken en labels
    Alle patchkasten zijn voorzien van een benaming. Meestal in de vorm: Gebouwcode-datacomruimte-kastnummer. (Bijvoorbeeld: [BG1-1-1]).De netwerkapparatuur is voorzien van de DNS-naam.
    Patchpanelen zijn gelabeld met de aanduiding van de outlets waarmee ze verbonden zijn.

Informatie opvragen

En is uw interesse gewekt? Wilt u meer informatie hebben over hoe u uw huis of bedrijf kan automatiseren? Neem dan contact met ons op.

Uw naam (verplicht)

Uw e-mail (verplicht)

Onderwerp

Uw bericht

captcha